Is er een ander soort maatvoering nodig om circulair bouwen in de praktijk te brengen? | circubuild.be

Is er een ander soort maatvoering nodig om circulair bouwen in de praktijk te brengen?

Ja, we moeten evolueren naar een gestandaardiseerde maatvoering om circulair bouwen helemaal te laten doorbreken.

Vandaag is het vaak moeilijk om bouwproducten te hergebruiken omdat ze specifiek gemaakt zijn voor een bepaalde context. Buitenschrijnwerk wordt bijvoorbeeld haast altijd op maat gemaakt. Als je in dus een bestaand raamkader wenst te hergebruiken in een ander project, zal je het project moeten ontwerpen op basis van dat bestaande kader. Nu gebeurt dat altijd omgekeerd, waardoor hergebruik moeilijk wordt.

De vraag is daarnaast uiteraard ook of de financiële maar ook ecologische waarde van het raamkader opweegt tegen de nadelen die het opleggen van deze randvoorwaarde met zich brengt. Gesteld dat we deze afvalstroom willen vermijden, maar evenmin een project willen hoeven aanpassen op maat van elke te hergebruiken component, moeten we dus naar een andere manier van werken, een waarin een gestandaardiseerde maatvoering hergebruik stimuleert.

Dat houdt in een tweede stap in dat er ook over de verschillende bouwcomponenten heen gestandaardiseerd moet worden: het combineren van verschillende hergebruikte producten blijft na die eerste stap immers nog moeilijk, omdat hun maten niet op elkaar afgestemd zijn. Dat zorgt voor veel snijafval, wat we dienen te vermijden om de materialenkringloop te sluiten.

Een vaste maatvoering kan zodoende in beide gevallen soelaas bieden. Belangrijk daarbij is dat het vastleggen van bepaalde maten niet mag gebeuren binnen één discipline, zonder rekening te houden met de wensen en vooral eisen vanuit andere disciplines. De maat en vorm van een technische installaties heeft immers ook repercussies voor de stabiliteitsstructuur en de architectuur.

Een ander voordeel van inwisselbare of compatibele componenten is dat beschadigde componenten tijdens gebruik van het gebouw vervangen kunnen worden door gelijkaardige of nieuwe componenten, wat de levensduur van het gebouw verlengt.

De Nederlandse architect John Habraken introduceerde bijvoorbeeld de modulemaat van 30 cm. Alle grotere modulaire maten dienen een veelvoud van de basismodule te zijn. Kleinere maten dan de basismodule moeten er een afgeleide van zijn, verkregen door een halvering. Een ander voorbeeld is het raster uit de Hendrickx-Vanwalleghem-ontwerpstrategie. Mieke Vandenbroucke schreef daar in 2015 in de publicatie met de 23 richtlijnen voor veranderingsgericht bouwen over: “Dit vorm- en dimensioneringsraster maakt gebruik van verdubbeling- en halveringsreeksen en reikt hierdoor een eenvoudige ontwerptool aan die toelaat om producten goed op elkaar af te stemmen.”

Belangrijk is wel dat we erover waken zo niet te evolueren naar een gesloten bouwsysteem. In zo’n systeem is, wanneer we de materialen uit één project willen hergebruiken in een ander, enkel een gelijkaardige configuratie van die materialen mogelijk, wat de ontwerpvrijheid natuurlijk beperkt. Gesloten bouwsystemen waren vrij populair na de Tweede Wereldoorlog, maar resulteerden in vrij uniforme en monotone gebouwen, bestaande uit een beperkt aantal grote gebouwonderdelen. Met vaste maatvoeringen kunnen we nog steeds werken volgens een open bouwsysteem, waarbij de materialen perfect kunnen hergebruikt worden in andere configuraties.

Faq overzicht