Wat is greenwashing? | circubuild.be

Wat is greenwashing?

Bij greenwashing doet een bedrijf zich groener of meer milieuverantwoord ondernemend voor dan het in werkelijkheid is. Ook bij circulair bouwen vormt greenwashing een reëel risico.

Door de groeiende aandacht voor de milieu- en klimaatproblematiek wordt circulair bouwen steeds hoger op de agenda geplaatst. Dat loont, want veel bedrijven springen vandaag al mee op de kar, zodat circulaire producten of diensten hun weg naar de markt vinden.

Maar in de huidige transitiefase bestaat een substantieel risico op greenwashing. Buzzwoorden als circulariteit en duurzaamheid zijn voor bedrijven marketinggewijs immers zeer dankbare woorden en worden daarom almaar vaker te onpas gebruikt. Op termijn wordt het daardoor moeilijk door de bomen het bos nog te zien. Veel bouwheren of architecten laten zich zo bij de productkeuze misleiden. Het is daarom belangrijk duidelijke en onafhankelijke informatie of bouwadvies in te winnen. Op termijn zullen labels en certificering helpen, maar ook dan blijft het belangrijk voldoende kritisch te zijn.

Met een minimum aan basiskennis over circulair bouwen is het al mogelijk het kaf van het koren te scheiden. Een gewaarschuwd man is er twee waard. Enkele tips:

  1. Circulair bouwen gaat verder dan recyclage. Circulair bouwen wil vooral het zogeheten downcycling, waarbij de waarde van een bouwmateriaal afneemt, vermijden. Dat kan door integraal hergebruik of door recyclage van afvalstromen tot hoogwaardige bouwproducten.

  2. Demonteerbaarheid laat hergebruik toe. Daarom is het belangrijk uit te kijken naar bouwsystemen die werken met omkeerbare verbindingen. Natte verbindingen zoals lijm zijn uit den boze.

  3. Circulair bouwen is een breed begrip. Het gaat uit van samenwerking tussen verschillende actoren en schaalniveaus. Veel hangt dus ook af van de manier waarop een bouwproduct of -systeem wordt toegepast of beheerd. Een biologisch afbreekbaar materiaal dat bij afbraak niet van andere materiaalstromen gescheiden kan worden, heeft weinig zin. Demonteerbare systemen die na afbraak toch gewoon bij het sloopafval worden gegooid, omdat ze onomkeerbaar verbonden waren met andere systemen, sparen uiteraard geen afval uit.

  4. Raadpleeg feitelijke informatie en vraag die indien nodig op. Neem hierbij de volledige levenscyclus van materialen en producten in beschouwing. Een hyperperformant isolatiemateriaal dat energie slorpt bij productie en verwerking is bijvoorbeeld niet noodzakelijk de meest zuinige keuze. Beperk je zeker niet enkel tot de basisinformatie, maar kijk onder andere ook na of er schadelijke stoffen werden gebruikt bij de productie. De ontwikkeling van materiaalpaspoorten zal de transparantie op dit vlak verhogen en maakt het mogelijk de milieu-impact over de volledige levenscyclus te simuleren, bijvoorbeeld via Totem.
  5. Denk in scenario’s, zoals: wat zal er met een bepaald bouwmateriaal of een bouwelement gebeuren wanneer het wordt afgebroken? Kan je het gemakkelijk demonteren, hergebruiken en indien nodig recycleren? Gaan de materialen lang mee en zijn ze gemakkelijk te onderhouden?

Faq overzicht

Lexicon

Beantwoord door

Stijn Brancart, VIBE vzw