Circulair proefproject van Wonen Regio Kortrijk en Wienerberger | circubuild.be

Circulair proefproject van Wonen Regio Kortrijk en Wienerberger

  •   14 feb 2020
  • Rik Neven

Op een druk bijgewoonde persconferentie en een werfbezoek dat op evenveel belangstelling kon rekenen gaven architecten Ana Castillo en Lieven De Groote en Wienerberger gisteren een interessante inkijk in hun circulair experiment dat ze momenteel realiseren voor de sociale huisvestingsmaatschappij Wonen Regio Kortrijk. Interessant aan dit project is dat circulariteit op verschillende niveaus bekeken wordt, niet louter op materiaalniveau.

Op de site Tuighuisstraat in Kortrijk worden 18 bestaande sociale woningen selectief gesloopt en vervangen door 31 nieuwe units. Selectief gesloopt wil zeggen dat slechts een beperkt aantal van de woningen van de sociale woonwijk vervangen zullen worden. De rest blijft gewoon intact.  Dat heeft alles te maken met het eigenaardige eigenaarschap. De meeste woningen zijn immers geen eigendom meer van de sociale woonmaatschappij. Een hele architectonische uitdaging om een harmonieus geheel te maken van de  bestaande en de nieuwe woningen.

De architecten integreren het concept circulariteit op een holistische manier. Op materiaalniveau werkten ze nauw samen met verschillende materiaalproducenten, waaronder Wienerberger, dat dit project als een ideale proeftuin ziet om te experimenteren met het recupereren van bestaande dakpannen en gevelstenen en het circulair aanwenden van nieuwe gevelstenen en dakpannen.

Naar schatting 50% van de gevelstenen en dakpannen van de afgebroken woningen zullen opnieuw gebruikt worden in de nieuwe woonsten. Voor de andere helft is dat niet het geval omdat niet alle materialen intact zullen zijn na afbraak of omdat ze moeilijk nog proper te krijgen zijn omwille van mortelresten, schilderwerken en dergelijke. De materialen die niet meer inzetbaar zijn voor de constructie van de nieuwe woningen, worden hergebruikt als opvulling voor steenkorven die als scheidingsmuur tussen de percelen zullen fungeren.


Meest circulaire mortel

Recuperatie van oude materialen is één zaak, maar hoe ga je ervoor zorgen dat de nieuw gebruikte materialen later gemakkelijk herbruikt kunnen worden? Daarin speelt het type van mortel een cruciale rol. Om daar een klare kijk op te krijgen, werden enkele mock-ups in samenwerking met Cantillana gemaakt met drie morteltypes: cementmortel, zoals vandaag meestal gebruikt,  bastaardmortel, die bestaat uit 50% kalk en 50% cement, en zuivere kalkmortel. De panelen werden afgebroken om te kijken welke mortel zich het best leent om de bakstenen te kunnen recupereren. Dat cementmortel niet de beste keuze is qua circulariteit lag in de lijn der verwachtingen, maar verrassend genoeg scoorde de bastaardmortel beter dan de zuivere kalkmortel. Volgens Ana Castillo, oprichter van MAKER architecten en vennoot van TETRA architecten, heeft dat te maken met een ideale verhouding cement/kalk. “Vroeger werd drogere kalk gebruikt, maar vandaag is de kalk veel vettiger. Daardoor is het moeilijker om de mortelresten te verwijderen dan bij een bastaardmortel. Het cement zorgt voor een hechting die er bij afbraak voor zorgt dat de voegen als ‘plakketten’ van tussen de bakstenen kunnen verwijderd worden.”

Dit illustreert dat je bij circulair bouwen niet altijd moet kiezen voor de meest voor de hand liggende keuze. als je enkel kijkt naar de impact van het materiaal, is zuivere kalkmortel een logische keuze. Maar als 50% cement toevoegen de recuperatie vlotter laat verlopen, compenseert dat de hogere impact van bastaardmortel t.o.v. zuivere kalkmortel.

De treksterkte van kalkmortels blijkt ook minder goed te zijn dan die van cementmortels. Daardoor kunnen de hedendaagse eisen voor natuurlijk licht en de bijhorende grote overspanningen niet altijd opgevangen worden met (gewapende) kalkmortels als bindmiddel. Samen met Scaldex, een producent van geveldragers, werd daarom een gevelsysteem ontwikkeld dat zowel grote overspanningen aankan als de nodige flexibiliteit bezit om geveldelen te openen of dicht te maken naargelang de noodzaak. Het resultaat is een systeem van horizontale banden, waarin ramen, inpandige terrassen, alternerend zones met hergebruikte en met nieuwe gevelstenen en borstweringen zijn opgenomen.


Schaal van de wijk

Hergebruik en het circulair inzetten van nieuwe materialen is een niet onbelangrijk aspect van circulair bouwen, maar dit project toont aan dat de andere schalen minstens zo belangrijk zijn. De grootste schaal is die van de buurt. Hierbij vormden de sociale cohesie en de sociale integratie een cruciaal aandachtspunt. De architecten hebben getracht om de oorspronkelijke tuinwijkgedachte waar individuele tuinen aansluiten op een centrale, gemeenschappelijke groene ruimte terug in ere te herstellen. Veel tuinen zijn immers getransformeerd tot garageboxen en gesloten achterbouwen. Een aaneensluiting van garagepoorten vormt vandaag een lint rond een geasfalteerde weg met centraal wat restgroen. Het contact tussen de woningen en het binnengebied, tussen buren, tussen (groot)ouders en spelende kinderen … wordt door dit lint verhinderd.

De architecten hebben ervoor geopteerd om van de achterzijde een tweede voorzijde te maken.  Het binnengebied wordt hierdoor opgeladen en tegelijkertijd worden de kwaliteit, de uitbreidbaarheid, de flexibiliteit en de waarde van de woningen aanzienlijk vergroot.

Op schaal van het perceel herstellen de architecten de relatie met de groene omgeving en introduceren ze een mix van woonvormen die tegemoet komt aan een brede waaier van gebruikersnoden en -profielen. Opmerkelijk hierbij zijn de units die ingepland worden aan de achterzijde van de woning en diverse functies kunnen vervullen; kangoeroewoning, atelier, kamer voor de pluskinderen …

De zeven percelen op de hoek van de Graaf Boudewijn IX-laan en de Tuighuisstraat worden gebundeld in drie volumes op schaal van de wijk en haar omgeving. De hoek verdicht de wijk met andere woontypologieën – 16 appartementen, studio’s en duplexen. Met een collectieve functie op het gelijkvloers wordt een duurzame buurtontwikkeling en een versterking van de sociale cohesie beoogd.

De architecten hopen dat ze met de nieuwe woonsten speldenprikken kunnen uitdelen, dat ze bewoners van de bestaande woningen kunnen laten zien hoe ook zij hun woning kunnen opwaarderen als ze dezelfde principes toepassen als bij de nieuwe woonsten.

Laten we hopen dat die speldenprikken het effect halen wat ze beogen, want we hebben inderdaad dergelijke speldenprikken nodig om circulair bouwen in al zijn facetten te laten doorbreken.

Gerelateerde partners


Nieuws overzicht