Pijnpunt voor circulair bouwen: gebrek aan vertrouwen in tweedehandsbouwmaterialen | circubuild.be

Pijnpunt voor circulair bouwen: gebrek aan vertrouwen in tweedehandsbouwmaterialen

  •   16 dec 2020
  • Wouter Polspoel

Architectura.be Podcast ging met Roos Servaes van Vlaanderen Circulair en Waldo Galle van VUB in gesprek over circulair bouwen en de struikelblokken in de transitie ernaartoe. In een vervolgreeks op deze website brengen we de neerslag van de tien besproken pijnpunten, in evenveel artikels. In dit artikel leest u de mening van de experten over struikelblok nummer vier: er heerst vaak een gebrek aan vertrouwen in de kwaliteit van tweedehandsbouwmaterialen.

Er wordt wel eens gezegd dat er in de bouwsector een gebrek heerst aan vertrouwen in de kwaliteit van tweedehandsbouwmaterialen. Dat men niet zelden geen enkele garantie heeft over de (resterende) kwaliteit van die materialen, helpt daar natuurlijk niet aan. Galle: “Vooreerst: niet alles dat nu in de gebouwde omgeving zit is herbruikbaar. Bepaalde materialen verliezen nu eenmaal aan robuustheid en technische performantie doorheen de tijd. Je moet ook weten dat heel veel materialen die nu in gebouwen zitten nooit werden ontworpen met het oog op hergebruik. Toch zitten er ook heel wat materialen in bestaande gebouwen waarvan de technische performantie na al die jaren nog steeds wél heel hoog is, hoger dan vaak wordt aangenomen. Dat bleek onlangs nog uit een reeks testen op isolatiematerialen die in binnentoepassingen werden gebruikt. Ook heel robuuste materialen, zoals balken, stalen liggers en steenachtige bouwmaterialen hebben eigenlijk nog probleemloos een tweede leven voor de boeg.”

“Ik vind het heel boeiend om te zien hoe de markt van tweedehandsbouwmaterialen zich vandaag aan het ontwikkelen is”, pikte Servaes in. “Vijf jaar geleden was dat echt nog een nichemarkt, waarbij een aantal producten, zoals bijvoorbeeld kasseien en bakstenen, al vaak werden hergebruikt. Maar we zien de laatste tijd dat die interesse zich verruimt naar andere bouwproducten die ook veel potentieel voor hergebruik bezitten, maar waarbij dat potentieel nog niet wordt benut. Daar wordt het volgens mij belangrijk dat de fabrikanten zelf initiatief beginnen nemen, zelf hergebruik stimuleren. Dat mag eigenlijk niet alleen maar worden overgelaten aan pioniers in circulair bouwen of enkele handelaars.”


“Fabrikanten moeten verantwoordelijkheid nemen”

"Er is echter ook een wettelijk kader nodig rond hergebruik van bouwmaterialen – voor pakweg het BENOR-label komen die nu bijvoorbeeld niet in aanmerking – en ik vrees dat het nog wel enkele jaren gaat duren eer dat er is", ging ze voort." Er is onder meer de Europese verordening voor bouwproducten en positief is wel dat die momenteel wordt herzien en hergebruik daar prominent als item naar voren komt. Fabrikanten beseffen dat ze zelf aan de slag moeten om de bouwsector meer circulair te maken en ze die verantwoordelijkheid moeten nemen. Ze beseffen dat bouwproducten in tweede instantie tweedehands- en geen tweederangsproducten moeten worden.”


“Ook rol weggelegd voor voorschrijvers en aannemers”

Galle: “De labels die vandaag al op bouwproducten staan, gaan meer over een soort procescontrole van de productie en eigenlijk niet over de eindkwaliteit van dat product, laat staan over de kwaliteit na x-aantal jaren. In het lineaire bouwproces, dat vandaag nog steeds de orde van de dag is, wordt de verantwoordelijkheid over de kwaliteit van een bouwproduct eigenlijk ook steeds overgedragen aan de volgende: van materiaalproducent naar ontwerper, van ontwerper naar aannemer en van aannemer naar eindeigenaar of -gebruiker van het gebouw. Vandaar dat er altijd een soort systematisch wantrouwen heerst in de bouwsector. Materiaalproducenten kunnen daarin zoals Roos zegt inderdaad een actievere rol spelen, maar ik denk dat we ook gewoon meer op ons gezond verstand mogen teren en dus ook naar het metier van de architect en de aannemer moeten kijken. Ik bedoel daarmee: zij zijn ook belangrijke schakels in het bouwproces en hebben meestal tonnen ervaring met en daardoor kennis over de intrinsieke kwaliteit van materialen die ze voorstellen of gebruiken. Zij zouden ook hun verantwoordelijkheid moeten durven nemen en moeten durven zeggen, los van enig label: ‘Kijk, ik schat in dit materiaal echt wel oké is, en ik durf daarvoor mijn hand in het vuur te steken. Ik zeg u dat dit kwaliteit is.’ Dus, ik denk dat we naast al die labels en extra structuren, eigenlijk ook gewoon metierkennis naar waarde moeten schatten. Dat zal niet voor elk materiaal gaan en dat hoeft misschien ook niet, maar voor een aantal bouwmaterialen kan dat toch een belangrijke stap zijn om het vertrouwen erin op te krikken.”


Product as a service

“Product as a service is daarin ook heel belangrijk. Als producten geleased worden en worden aangeboden als een dienst, dan geeft de fabrikant zijn product niet uit handen en stopt zijn verantwoordelijkheid over de kwaliteit ervan niet. De fabrikant blijft dan gedurende de gehele gebruiksfase van het product zijn kennis en expertise rond dat product aanbieden. Dat businessmodel gaat er dus automatisch voor zorgen dat ze nog meer kwaliteit(behoud) gaan nastreven en zo kom je toch in een heel andere constellatie terecht als het gaat over kwaliteit van bouwmaterialen. In het ideale scenario zal aan het einde van de gebruiksfase de fabrikant perfect kunnen omschrijven wat de restwaarde van het product in kwestie nog is”, besloot Servaes. 

Gerelateerde partners


Nieuwsoverzicht